Op de barricade van het hart

Elfie Tromp is woedend. Maar Elfie Tromp is ook heel grappig. En soms ontroerend. Die combinatie levert ge├źngageerde teksten op.

Op de barricade van het hart

Tekst: Linda Huijsmans / Foto: Isabelle van Putten

Met haar voorstelling Op de barricade van het hart blaast ze het protestlied nieuw leven in, met teksten die ouderwets maatschappijkritisch zijn en je soms onverwacht kunnen raken. 'Ik wil mensen wakker schudden en wakker kussen. Word wakker en gebruik je stem.'

Werkplaats Walhalla zit zo goed als vol. In het kleine theater op Katendrecht in Rotterdam speelt Elfie Tromp (1985) vanavond de (voorlopig) laatste Rotterdamse voorstelling van Op de barricade van het hart. Daarin brengt de schrijver, theatermaker, zanger en sinds dit jaar ook stadsdichter van Rotterdam, een ode aan het protestlied. Dat doet ze in de eerste plaats door de confrontatie met haar eigen angsten aan te gaan.

Meteen aan het begin van de voorstelling vertelt ze het verhaal van haar miskraam. Ze vertelt, haar nu vijf maanden zwangere buik duidelijk zichtbaar, heel feitelijk, nuchter bijna wat er gebeurde en juist daardoor komt het binnen. ‘Mag ik wel verdrietig zijn?’, vraagt ze zich hardop af. ‘Eén op de vier zwangerschappen eindigt in een miskraam.’

Haar teksten en liedjes zijn feministisch, activistisch, woedend en, zoals hier, ook persoonlijk. “Ik wil mensen wakker schudden of wakker kussen”, vertelt ze na afloop van de voorstelling. “Op alle mogelijke manieren wil ik laten zien: je hoeft niet in de schaduw te blijven zitten. Je kunt iets aan die ongelijkheid doen.”

De basis van de voorstelling is een onderzoek naar het genre van het protestlied. Daarvoor ging Elfie Tromp in gesprek met geëngageerde songschrijvers als Sven Ratzke, Abel van Gijlswijk, Theo Nijland en Eva van Manen en Flip Noorman. Met hen sprak ze over hun engagement, hun werkproces en hun motivatie.

Van die gesprekken is een podcastserie gemaakt en sommige liedjes die daaruit zijn voortgekomen, gebruikt ze nu in Op de barricade van het hart. Zelf schreef ze Zonder pedofielen geen popmuziek, dat niet alleen gaat over de misstanden bij The Voice en de popliedjes waarin de liefde voor (te) jonge meisjes wordt bezongen, maar ook over Tromps eigen ervaringen.

Maar denk niet dat haar woede daar vandaan komt. ‘Ik ben altijd al woedend geweest’, zegt ze. ‘Op de wereld die mannen en vrouwen nog steeds ongelijk behandelt. Op recensenten die niet mijn werk maar mijn uiterlijk becommentariëren, op het feit dat er veel meer geld gaat naar onderzoek van mannenkwalen dan van vrouwenziektes. Over onze maatschappij waarin niet langer vertellingen centraal staan, maar tellingen: we kijken naar wat iets waard is in plaats van wat het ís.’ 

Die zoektocht bracht haar onder meer in contact met Laurens Ham, die in 2020 Op de vuist – vijftig jaar politiek en protestliedjes in Nederland publiceerde. Via hem leerde Elfie Tromp het werk van Cobi Schreijer kennen, die niet alleen Boudewijn de Groot liet debuteren in haar café, maar zelf ook vele feministisch-activistische liederen schreef. Die zijn nu in de vergetelheid geraakt. “Wát schrijft zij goede teksten. Waarom kennen we haar niet allemaal? Als we willen weten waar we naar toe willen, moeten we weten waar we staan en waar we vandaan komen. Als eerbetoon aan haar zing ik het lied Spijkerschrift Talking Blues in de voorstelling.”

Soms is woede gewoon een goed verhaal, stelt Elfie Tromp in de voorstelling, en dat geldt voor al haar werk. Ook als dichter, stadsdichter en romanschrijver wordt ze gedreven door engagement. “Mijn mening leg ik niet af. Wat ik ook maak, de bron is dezelfde: woede en liefde. De humor helpt me om vol te houden. Mijn engagement komt voort uit het onrecht in de wereld en het gefnuikte leven van mijn moeder dat zij leidde simpelweg omdat ze een vrouw is.”

Zoals ze aan het eind van de voorstelling zingt: ‘Vonk het leven. Zet de fik in hoe het hoort, zet de fik in wat ze willen, zet de fik in wat je stoort.'